ECLI:NL:RVS:2022:2374
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag EU-onderdaan op grond van Protocol
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van een Poolse vreemdeling niet-ontvankelijk op grond van het Protocol inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ambtshalve de gezondheidstoestand van de vreemdeling had moeten beoordelen in het kader van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat op grond van artikel 6.1e van het Vreemdelingenbesluit 2000 bij niet-ontvankelijkverklaring op grond van het Protocol geen ambtshalve beoordeling van artikel 64 Vw Pro 2000 vereist is. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit standpunt en verwierp de toepassing van eerdere jurisprudentie die betrekking had op andere situaties, zoals Dublin-overdrachten.
De Afdeling overwoog verder dat de staatssecretaris wel moet ingaan op betogen van bijzondere kwetsbaarheid die kunnen leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest, maar dat de vreemdeling in deze zaak dit niet had aangevoerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.