ECLI:NL:RVS:2022:243
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Rechtszekerheid bij schorsing rijbewijs na rijden onder invloed van THC
Het CBR legde aan [wederpartij] een onderzoek naar rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs vanwege rijden onder invloed van THC op 5 november 2018. De schorsing werd bij besluit van 8 april 2019 opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de schorsing niet per verzenddatum van het besluit kon ingaan, maar pas zeven dagen na bekendmaking, om rechtszekerheid te waarborgen.
Het CBR ging in hoger beroep en stelde dat de schorsing direct bij verzending van het besluit in werking trad, conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad van State oordeelde dat de Awb weliswaar geldt, maar dat onmiddellijke inwerkingtreding bij toezending per post tot onwenselijke situaties kan leiden, omdat de bestuurder mogelijk niet tijdig op de hoogte is.
De Raad van State vernietigde het oordeel van de rechtbank dat standaard zeven dagen na bekendmaking geldt, maar bevestigde dat het CBR de ingangsdatum van de schorsing zorgvuldig moet bepalen en motiveren, rekening houdend met rechtszekerheid en verkeersveiligheid. Het CBR moet een nieuw besluit nemen over de ingangsdatum van de schorsing. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het CBR moet een nieuw besluit nemen over de ingangsdatum van de schorsing van het rijbewijs met zorgvuldige motivering.