ECLI:NL:RBMNE:2020:1213
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen schorsing rijbewijs wegens rijden onder invloed van THC
Eiser werd op 5 november 2018 staande gehouden wegens rijden onder invloed van THC, vastgesteld via speeksel- en bloedonderzoek. Verweerder legde op 8 april 2019 een onderzoek naar rijgeschiktheid op en schorste de geldigheid van het rijbewijs met ingang van die datum. Eiser was het niet eens met de ingangsdatum van de schorsing, omdat hij pas na 8 april 2019 van het besluit op de hoogte was en op 9 april 2019 werd aangehouden terwijl hij niet wist dat zijn rijbewijs geschorst was.
De rechtbank oordeelde dat de wet en regeling geen expliciete ingangsdatum voor de schorsing voorschrijven en dat de schorsing niet per se op de verzenddatum van het besluit mag ingaan. Dit zou het rechtszekerheidsbeginsel schenden, omdat bestuurders niet weten wanneer een besluit is verzonden. De rechtbank paste analoog de regeling voor ongeldigverklaring toe, waarbij de schorsing zeven dagen na bekendmaking ingaat.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover de schorsing op 8 april 2019 werd vastgesteld. De schorsing gaat nu in op 15 april 2019. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs gaat in zeven dagen na bekendmaking van het besluit, te weten 15 april 2019.