ECLI:NL:RVS:2022:2481
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- B.P.M. van Ravels
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan nieuw voetbalcomplex Egmond aan den Hoef wegens strijd met PRV en onvoldoende motivering gezondheidsrisico's
De raad van de gemeente Bergen stelde op 29 september 2020 het bestemmingsplan "Voetbalcomplex Egmond aan den Hoef en vrijkomende locaties" vast, dat voorziet in een nieuw voetbalterrein als centrale fusielocatie voor drie voetbalverenigingen. Dit plan vervangt eerdere plannen die door de Afdeling bestuursrechtspraak waren vernietigd.
Appellanten, waaronder omwonenden, bollentelers en LTO Noord, stelden beroep in tegen het besluit en voerden onder meer aan dat het plan in strijd is met de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), onvoldoende compensatie biedt voor verloren bollengronden, en dat de gezondheidsrisico's door drift van gewasbeschermingsmiddelen onvoldoende zijn onderzocht en gemotiveerd. Ook werden bezwaren geuit tegen de procedure, de verkeersafwikkeling van het transferium, stikstofdepositie en de financiële uitvoerbaarheid.
De Afdeling oordeelt dat het plan strijdig is met artikel 26b van de PRV omdat het nieuwe voetbalcomplex in een bollenconcentratiegebied ligt zonder dat een ontheffing is aangevraagd. De compensatie van bollengronden is onvoldoende gemotiveerd en houdt geen rekening met beperkingen door windhagen en ongeschikte gronden. Verder is de onderbouwing van de gezondheidsrisico's door drift onvoldoende zorgvuldig, mede doordat gebruikte onderzoeksrapporten niet robuust zijn en de bescherming van gebruikers van tennis- en voetbalcomplex onvoldoende is gewaarborgd.
Daarnaast is het stikstofonderzoek onvolledig en niet adequaat, waardoor niet kan worden uitgesloten dat het plan negatieve gevolgen heeft voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De Afdeling vernietigt het besluit en veroordeelt de raad tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan voor het voetbalcomplex wordt vernietigd wegens strijd met de PRV en onvoldoende onderbouwing van gezondheids- en stikstofaspecten.