Uitspraak
Datum uitspraak: 22 januari 2020
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Bergeijk stelde op 1 juni 2017 het bestemmingsplan '2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017' vast, dat onder meer de gewijzigde regels uit de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant vertaalt naar het bestemmingsplan. Stichting Groen Kempenland en Stichting Milieu-Werkgroep Kempenland voerden beroep aan tegen het plan, stellende dat de passende beoordeling onvoldoende rekening hield met stikstofdepositie door beweiden en bemesten.
De Raad van State oordeelt dat bemesting als zelfstandige activiteit niet aan het bestemmingsplan kan worden toegerekend en dat het plan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor onbebouwde agrarische gronden bevat die leiden tot een toename van bemesting. Daarom is het niet onredelijk dat bemesting niet in de passende beoordeling is betrokken.
Ten aanzien van beweiden stelt de Raad vast dat het plan uitbreidingsmogelijkheden biedt voor melkrundveehouderijen met stalsystemen die beweiden impliceren. De stikstofregeling verbiedt toename van stikstofdepositie boven de referentiesituaties. Uit onderzoek blijkt dat 19 van de 21 relevante natuurvergunningen nog uitbreidingsruimte bieden, waardoor het plan een toename van beweiden mogelijk maakt. Omdat de gevolgen daarvan niet in de passende beoordeling zijn betrokken, is het plan in zoverre in strijd met artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming.
De Raad verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit voor zover het de opneming van de betreffende natuurvergunningen betreft. De raad wordt opgedragen dit binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is vernietigd voor zover het de stikstofdepositie door beweiden betreft vanwege onvoldoende passende beoordeling.