ECLI:NL:RVS:2022:2617
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag na verrekening openstaande vorderingen
Bij besluit van 8 november 2019 stelde de Belastingdienst/Toeslagen het recht op kinderopvangtoeslag van appellante over 2018 definitief vast op €8.554 en vorderde zij €544 terug wegens te veel ontvangen voorschotten.
Appellante betwistte de terugvordering omdat zij slechts €8.549 op haar rekening ontving, terwijl de Belastingdienst verklaarde dat €541 was verrekend met openstaande vorderingen uit 2015-2017. De rechtbank oordeelde dat de terugvordering terecht was, maar vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep handhaafde de Raad van State deze beslissing. De Belastingdienst gaf inzicht in de verrekening en benadrukte dat het totaal aan voorschotten €9.091 bedroeg, waarvan €541 was aangewend voor eerdere schulden. Appellante's betwisting van de verrekening en verzoek om hogere tegemoetkoming over 2018 werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad van State bevestigde de uitspraak en wees op de mogelijkheid voor appellante om een betalingsregeling aan te vragen, waarbij rekening wordt gehouden met haar financiële situatie. De terugvordering blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van €544 kinderopvangtoeslag en verklaart het hoger beroep ongegrond.