ECLI:NL:RVS:2022:2619
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek zeecontainer op particulier parkeerterrein
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om handhaving tegen het plaatsen van een zeecontainer op een parkeerterrein aan het Willem Dreespark. Appellant stelde dat het terrein een openbare weg is, waardoor handhaving zonder vergunning mogelijk zou moeten zijn. Het college wees het verzoek af omdat het terrein particulier eigendom is van Staedion en geen openbare weg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat het college niet bevoegd is tot handhaving. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak uit 2000 het parkeerterrein als openbaar verkeer openstaand aanmerkte, en dat de latere uitspraak uit 2019 die bevoegdheid ten onrechte zou hebben beperkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de twee uitspraken verschillende bevoegdheden betreffen: het nemen van verkeersbesluiten versus handhaving. De aanwezigheid van borden met 'particulier terrein' en 'verboden toegang' maakt het parkeerterrein geen openbare weg in de zin van de Wegenwet, waardoor het college niet bevoegd is tot handhaving. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.