ECLI:NL:RVS:2019:4399
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen containers op particulier terrein
Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen drie containers op het Willem Dreespark. Het college stelde dat de containers waren verwijderd en dat het terrein geen openbare weg was, waardoor handhaving niet mogelijk was. Na diverse besluiten en ingebrekestellingen stelde het college een dwangsom vast wegens overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank oordeelde dat het terrein geen openbare weg is vanwege de aanwezigheid van borden die toegang beperken en bevestigde de bevoegdheid van het college om niet te handhaven. De rechtbank stelde een dwangsom van € 20,00 vast wegens een overschrijding van één dag van de beslistermijn.
In hoger beroep betoogde appellant dat het terrein wel een openbare weg is en dat de dwangsom hoger moest zijn wegens een langere overschrijding. De Raad van State bevestigde dat het terrein als particulier terrein geldt en dat het college daarom niet bevoegd was tot handhaving. Ook oordeelde de Raad dat de overschrijding slechts één dag bedroeg en de dwangsom terecht was vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.