ECLI:NL:RVS:2022:2622
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging natuurvergunning wegens onvoldoende zekerheid emissiefactor emissiearme stallen
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende een natuurvergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor de wijziging van een melkveehouderij aan een locatie in Westbroek. De vergunning betrof het houden van een bepaald veebestand in emissiearme en traditionele stalsystemen, waarbij de emissies werden berekend met emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav).
Coöperatie Mobilisation for the Environment en de Vereniging Leefmilieu stelden beroep in tegen deze vergunning, stellende dat de Rav-emissiefactoren voor emissiearme stallen niet betrouwbaar zijn en de werkelijke ammoniakemissie onderschatten. De rechtbank vernietigde de vergunning omdat onvoldoende zekerheid bestond dat de emissies niet zouden toenemen, mede gelet op een CBS-rapport en een advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze vernietiging, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat het CBS-rapport en het CDM-advies voldoende aanleiding geven om aan de juistheid van de Rav-emissiefactoren te twijfelen en dat het voorzorgbeginsel toepassing vindt. Hoewel het college terecht stelde dat naleving en handhaving van het leaflet geregeld is, biedt dit geen zekerheid dat de emissiefactoren gehaald worden.
De Afdeling concludeert dat zolang deze twijfel niet is weggenomen, de emissie niet met de vereiste zekerheid kan worden vastgesteld en dat het project vergunningplichtig blijft en een passende beoordeling vereist is. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college dient een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening vernietigd vanwege onvoldoende zekerheid over de emissiefactoren.