Eiseres heeft op 6 maart 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de uitbreiding van een varkenshouderij met emissiearme stalsystemen. Het college weigerde de vergunning op 18 november 2021, maar deze weigering werd op 6 januari 2023 door de rechtbank vernietigd, waardoor de aanvraag herleefde.
Het college moest binnen zes maanden na de vernietiging een nieuw besluit nemen, uiterlijk 11 juli 2023, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde het college op 13 juli 2023 in gebreke en stelde beroep in vanwege het niet tijdig beslissen. Het college gaf aan dat het besluit niet genomen kon worden vanwege onzekerheden over de noodzaak en verlening van een natuurvergunning volgens de Wet natuurbescherming, mede door recente jurisprudentie en onderzoek naar emissiearme stalsystemen.
De rechtbank oordeelt dat het college verplicht is om te beslissen en dat de termijn overschreden is. De rechtbank stelt een nieuwe termijn van zes maanden na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen het college alsnog moet besluiten. De rechtbank wijst erop dat het college niet onwillig is, maar dat nader onderzoek en richtlijnen nodig zijn. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.