ECLI:NL:RVS:2022:2637
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij handhavingsverzoek verkeersborden en strepen
Appellant heeft een handhavingsverzoek ingediend tegen het aanbrengen van gele strepen op een gedeelte van het Willem Dreespark langs het spoortalud, stellende dat dit zonder verkeersbesluit niet mocht gebeuren. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit verzoek af omdat er geen overtreding was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte het verzoek beperkte tot parkeerbeugels en verwees naar eerdere jurisprudentie.
Tijdens de zitting overhandigde appellant een verkeersbesluit van 28 februari 2019 waarin het stopverbod door het aanbrengen van gele strepen was geregeld. Appellant gaf aan geen bezwaar te hebben tegen de strepen zelf, maar tegen het ontbreken van een verkeersbesluit bij de plaatsing. Nu vaststaat dat een verkeersbesluit is genomen, is geen sprake van overtreding en heeft appellant geen belang meer bij het hoger beroep.
De Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt het college niet tot vergoeding van proceskosten. Hiermee is de procedure definitief beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling.