ECLI:NL:RVS:2022:2675
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving asbestverwijdering op perceel te Philippine
Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen heeft appellant op 7 maart 2019 onder bestuursdwang gelast het vrijgekomen asbest op zijn perceel te Philippine te laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf, met kostenverhaal op appellant. Appellant exploiteert een loon- en handelsbedrijf en pacht het perceel van Staatsbosbeheer. Na het verbranden van puin en afval van een oude schuur op het perceel werd asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Appellant voerde onder meer aan dat het college onzorgvuldig en niet objectief handelde, dat de bezwaarschriftencommissie partijdig was, dat de datum in het besluit onjuist was en dat hij niet verantwoordelijk was voor het asbesthoudende afval. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was en terecht uitging van het controlerapport en de bevindingen van De Swart Asbest Advies. De bezwaren tegen de onafhankelijkheid van de commissie en de onjuiste datum faalden.
Verder stelde de Afdeling vast dat de last duidelijk en concreet was geformuleerd en dat het college het handhavend optreden mocht voortzetten ondanks de financiële en emotionele impact voor appellant. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit tot verwijdering van asbest is ongegrond verklaard.