ECLI:NL:RVS:2022:2756
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag patiëntenorganisatie ME wegens overlapping met bestaande subsidieontvanger
De minister voor Medische Zorg wees de subsidieaanvraag van de ME Vereniging voor 2019 af omdat reeds de ME/CVS Stichting subsidie ontvangt voor dezelfde of een verwante aandoening. De vereniging vertegenwoordigt patiënten met myalgische encefalomyelitis (ME) en voerde aan dat zij een andere doelgroep bedient dan de stichting, die zich richt op ME/CVS en SEID. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de vereniging ongegrond en de vereniging ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State bevestigde dat de vereniging niet voldoet aan de criteria van het Beleidskader, onder meer omdat zij niet volledig rechtsbevoegd is en omdat er al een organisatie subsidie ontvangt die de belangen van ME-patiënten behartigt. De Afdeling oordeelde dat de afwijzing niet ziet op een definitiebepaling van ME of CVS, maar op het voorkomen van versnippering door het subsidiëren van slechts één organisatie per aandoening.
De vereniging stelde dat het advies van de Gezondheidsraad onvoldoende wetenschappelijk bewijs bevat en dat de stichting zich op een andere doelgroep richt. De Afdeling vond dit niet relevant voor de subsidietoekenning en wees het beroep af. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat bestaande subsidieverleningen onder een minder streng kader vielen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag van de vereniging wordt afgewezen.