ECLI:NL:RVS:2022:2778
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling opvolgende aanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbij was gegaan aan de vereisten uit het arrest LH van het Hof van Justitie van de EU, dat bepaalt dat ook documenten zonder objectief verifieerbare bron moeten worden betrokken bij de beoordeling van opvolgende asielaanvragen. De staatssecretaris had niet adequaat beoordeeld of de opvolgende aanvraag voldeed aan de ontvankelijkheidsvereisten uit dit arrest.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.