ECLI:NL:RVS:2022:2791
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter heeft op 27 september 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Raad van State, waarbij wordt voorkomen dat de vreemdeling onherstelbare schade lijdt door voortijdige uitzetting. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige procedure en het respecteren van het recht op een eerlijk proces in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.