ECLI:NL:RVS:2022:2900
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens overschrijding zittingstermijn en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 29 augustus 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die op 30 september 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil was dat de rechtbank de zitting niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift had laten plaatsvinden. De zitting vond pas plaats op 29 september 2022, terwijl het beroepschrift op 9 september 2022 was ingediend, waardoor de termijn was overschreden.
De Raad van State oordeelde dat deze overschrijding de bewaring onrechtmatig maakte vanaf 24 september 2022. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, de bewaring met ingang van de uitspraak opgeheven en aan de vreemdeling werd een schadevergoeding toegekend voor de periode van 24 september tot en met 7 oktober 2022. Tevens werden de proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens overschrijding van de zittingstermijn en er wordt een schadevergoeding toegekend.