ECLI:NL:RVS:2022:2944
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- J.M.L. Niederer
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving gebruik rubbergranulaat op kunstgrasveld in Tilburg
De Stichting InStrepitus verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om handhavend op te treden tegen het gebruik van rubbergranulaat als infill-materiaal op een kunstgrasveld vanwege bodemverontreiniging. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna de stichting bezwaar maakte en beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het college herzag het besluit en startte een handhavingstraject met een waarschuwing aan de gemeente.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep op 9 maart 2022 en oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was, maar dat het beroep tegen het inhoudelijke besluit van 16 december 2020 ongegrond was. De Afdeling stelde vast dat het gebruik van rubbergranulaat onder de zorgplicht van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming valt en dat de gemeente maatregelen moet treffen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd, zoals vastgelegd in zorgplichtdocumenten uit 2017 en 2020.
Hoewel verspreiding van rubbergranulaat niet volledig kan worden voorkomen, achtte de Afdeling de maatregelen uit deze documenten als stand der techniek en toereikend. Er was geen sprake van een daadwerkelijke bodemverontreiniging op de locatie. De Afdeling vond dat het college het handhavingsbeleid, gebaseerd op de Landelijke Handhavingsstrategie, juist had toegepast door eerst een waarschuwing te geven. Tot slot werd het college veroordeeld tot een beperkte proceskostenvergoeding aan de stichting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het inhoudelijke besluit ongegrond, en het college is veroordeeld tot een beperkte proceskostenvergoeding.