ECLI:NL:RVS:2022:3088
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- B. Meijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevings- en ligplaatsvergunning voor woonboten in ecologische verbindingszone Amsterdam
Het college van Amsterdam heeft appellant een last onder bestuursdwang opgelegd om twee woonboten en bouwwerken op de oever te verwijderen wegens het ontbreken van omgevings- en ligplaatsvergunningen. Appellant heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen diverse besluiten tot weigering van deze vergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 11 mei 2020 niet-ontvankelijk en wees de overige beroepen ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de woonboten bouwvergunningplichtige bouwwerken zijn omdat zij bedoeld zijn om ter plaatse als woning te functioneren, ondanks dat zij varend kunnen zijn en beschikken over een certificaat van onderzoek. De omgevingsvergunningplicht volgt uit het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het college mocht de vergunningen weigeren vanwege strijd met het bestemmingsplan en het belang van de ecologische verbindingszone en hoofdgroenstructuur, die prevaleren boven het belang van bewoning.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens elektronische communicatie, maar de Raad van State bevestigt dat de beroepstermijn correct is toegepast. Ook het beroep dat de woonboten niet in strijd zijn met het bestemmingsplan en dat het bouwovergangsrecht van toepassing zou zijn, wordt verworpen. Het incidenteel hoger beroep van het college vervalt omdat het hoger beroep van appellant ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.