ECLI:NL:RVS:2022:309
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar van huiselijk geweld
De burgemeester van Den Haag legde op 30 september 2020 een huisverbod op aan appellant, nadat een medebewoner met ernstig lichamelijk letsel was aangetroffen, vermoedelijk door huiselijk geweld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit huisverbod ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het huisverbod onterecht was omdat er onvoldoende bewijs was dat de medebewoner anders dan incidenteel in de woning verbleef en dat er geen ernstig en onmiddellijk gevaar bestond.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester op basis van het mutatierapport en het incident op 29 september 2020 terecht aannam dat de medebewoner anders dan incidenteel in de woning verbleef. Daarnaast was er een ernstig vermoeden van ernstig en onmiddellijk gevaar voor haar veiligheid, gelet op het letsel, de verklaringen van ambulancepersoneel en eerdere incidenten. De spoedeisendheid van de situatie rechtvaardigde het huisverbod zonder dat onomstotelijk bewijs nodig was.
Appellants betoog dat hij de medebewoner alleen wilde helpen en dat het huisverbod onredelijk was, werd verworpen. De burgemeester handelde zorgvuldig door appellant voorafgaand aan het besluit te horen en zich niet uitsluitend te baseren op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het huisverbod en verklaart het hoger beroep ongegrond.