ECLI:NL:RVS:2022:3137
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhaving houtrookoverlast in ’s-Gravenpolder
Appellant ervaart overlast van houtrook afkomstig van de houtkachel van zijn buurman in ’s-Gravenpolder en verzocht het college om handhavend op te treden. Het college wees dit verzoek af, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het college weliswaar beperkt onderzoek had gedaan, maar dat dit niet tot een ander resultaat had geleid.
In hoger beroep stelt appellant dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht en dat het op grond van artikel 3:2 Awb Pro verplicht was de relevante feiten beter te onderzoeken. Het college baseerde zich op een enkele controle op een dag met een negatief stookadvies, wat volgens de Afdeling niet representatief was. De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende kennis heeft vergaard en dat het besluit daarom in strijd is met de Awb.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat geen algemeen aanvaarde normen bestaan voor schadelijkheid van houtrook, waardoor overmatige hinder alleen kan worden vastgesteld bij evident bewijs. De stelling van appellant dat nader onderzoek naar schadelijkheid noodzakelijk was, wordt verworpen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van het college, en draagt het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.