ECLI:NL:RVS:2020:3005
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.C.W. Lange
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen gebruik houtkachel wegens onvoldoende bewijs overlast en gezondheidsschade
Het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal wees handhavingsverzoeken van twee omwonenden af tegen het gebruik van een houtkachel op een nabijgelegen perceel. De verzoekers stelden dat het stoken stankoverlast en gezondheidsproblemen veroorzaakte. Na controles en rapportages concludeerde het college dat geen overtreding van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 was vastgesteld en dat er geen sprake was van dreigende aantasting van de volksgezondheid.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en wees op het ontbreken van algemeen aanvaarde inzichten over de schadelijkheid van rook van houtkachels en het ontbreken van een causaal verband tussen de gezondheidsklachten en het stookgedrag. De verzoekers gingen in hoger beroep en stelden onder meer dat wetenschappelijke rapporten en geurmetingen wel degelijk schadelijkheid en overlast aantoonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op het moment van het besluit nog geen eenduidige normen bestonden voor schadelijkheid en overmatige hinder van houtrook. De door de verzoekers overgelegde rapporten konden daarom niet de betekenis krijgen die zij daaraan toekenden. Ook waren de controles representatief en zorgvuldig uitgevoerd. Daarnaast werd geoordeeld dat het stookgedrag geen inbreuk maakte op het recht op leven of privéleven zoals beschermd door het EVRM.
Het beroep op aanvullende Europese verdragen werd niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet eerder in de procedure waren aangevoerd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; bevestiging dat geen handhavend optreden tegen houtkachel noodzakelijk is.