ECLI:NL:RVS:2021:690
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek houtrookoverlast in Leeuwarden
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden handhavend op te treden tegen overlast door houtrook in de directe omgeving van zijn woning. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, herzag dit na bezwaar, maar wees het verzoek na nader onderzoek opnieuw af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam, onder meer omdat de bezwaarfase werd overgeslagen en het onderzoek naar de rookoverlast onvoldoende zorgvuldig was, met onvoldoende rekening gehouden met windrichting, cumulatieve hinder en stookomstandigheden. Tevens stelde appellant dat de gezondheidsklachten van zijn echtgenote onvoldoende werden meegewogen.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht het bezwaarschrift als beroepschrift heeft behandeld en dat de besluiten van 9 juli 2018 en 6 februari 2019 als één samengesteld besluit moeten worden beschouwd. De Afdeling vond de controles door toezichthouders, verspreid over bijna twee maanden en onder verschillende omstandigheden, voldoende representatief en zorgvuldig. Verder is vastgesteld dat er ten tijde van de besluiten geen algemeen aanvaarde inzichten bestonden over de schadelijkheid van houtrook en de wijze van meten van fijnstofconcentraties. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.