ECLI:NL:RVS:2022:3214
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan voor woonschip en gebreken in plan voor plattelandswoning en recreatiewoningen
De raad van de gemeente Kaag en Braassem stelde op 26 oktober 2020 het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Oost" vast, een partiële herziening van het plan uit 2018. Diverse appellanten, waaronder eigenaren van woonschepen, plattelandswoningen, recreatiewoningen en bedrijven, stelden beroep in tegen dit plan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen op 19 mei 2022.
Het beroep van appellant sub 1, eigenaar van een woonschip in Leimuiden, werd gegrond verklaard omdat het plan de ligplaats onterecht bestemde als "Water" in plaats van "Wonen". De raad had onvoldoende gemotiveerd dat het niet toekennen van een woonbestemming in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening, mede omdat het woonschip ten tijde van het besluit onvrijwillig was verwijderd op grond van een civielrechtelijk vonnis dat nog geen kracht van gewijsde had.
De beroepen van appellant sub 3 en appellante sub 2 betroffen de planologische regeling van een plattelandswoning en de beoordeling van het woon- en leefklimaat, waarbij geur- en geluidsonderzoeken werden betrokken. De Afdeling oordeelde dat de raad het geuronderzoek en het akoestisch onderzoek voldoende had gemotiveerd, maar dat de normering voor geluidwering onvoldoende was gemotiveerd. Ook werd geoordeeld dat de raad op individueel niveau onvoldoende had onderzocht of persoonsgebonden overgangsrecht voor permanente bewoning van recreatiewoningen moest worden opgenomen.
MWS voerde aan dat haar bedrijfsactiviteiten niet juist waren bestemd en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. De Afdeling oordeelde dat de raad de belangenafweging voldoende had gemotiveerd, maar dat de begripsomschrijving van "mobiel lasbedrijf" onduidelijk was en daardoor strijdig met het rechtszekerheidsbeginsel.
Het beroep van appellant sub 6, eigenaar van een perceel met een loods, werd ongegrond verklaard. De raad mocht de loods als bijgebouw bestemmen en het verzoek om recreatief gebruik afwijzen in lijn met het beleid.
De Afdeling verklaarde het beroep van appellant sub 7 en anderen niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De raad werd opgedragen binnen 20 weken de gebreken in het plan te herstellen en de uitkomst aan de Afdeling en betrokkenen mede te delen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor het woonschip in Leimuiden; gebreken in het plan voor plattelandswoning, recreatiewoningen en bedrijfsactiviteiten moeten binnen 20 weken worden hersteld.