ECLI:NL:RVS:2022:3224
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beheervergoeding camping Fort Oranje
In 2017 nam het college het beheer van camping Fort Oranje over en stelde beheervergoedingen vast voor de periode juni 2017 tot en met april 2018. Divine Investments Limited (DIL) en Recreatiepark Fort Oranje maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. Omdat het griffierecht niet tijdig werd betaald, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor deze besluiten in rechte vaststaan.
In april 2019 stelde het college opnieuw een beheervergoeding vast voor de periode mei 2018 tot en met december 2018. Dit besluit trok het college in september 2019 in om proceseconomische redenen, waarbij werd aangegeven dat intrekking niet betekent dat het college het bezwaar gegrond acht of dat het eerdere besluit onrechtmatig was. DIL en het recreatiepark maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde deze niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat DIL en het recreatiepark geen procesbelang hadden bij een inhoudelijke beoordeling van het intrekkingsbesluit en het ingetrokken besluit van april 2019. In hoger beroep voerden DIL en het recreatiepark aan dat het intrekkingsbesluit onrechtmatig was en dat zij wel degelijk procesbelang hadden, mede vanwege het ontbreken van rechtszekerheid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het college het besluit onvoorwaardelijk heeft ingetrokken en dat er geen procesbelang meer bestaat. Tevens wees de Afdeling het betoog af dat eerdere besluiten hierdoor zouden worden aangetast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.