ECLI:NL:RVS:2022:3227
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten op grond van bijzondere openbaarmakingsregeling Advocatenwet
Appellant verzocht de deken van Den Haag om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) diverse documenten openbaar te maken die betrekking hebben op zijn stage, correspondentie en klachten. De deken wees dit verzoek af omdat het toezicht op advocaten en de geheimhouding van tuchtrechtelijke maatregelen onder een bijzondere openbaarmakingsregeling valt, neergelegd in de Advocatenwet, die uitputtend is en voorrang heeft boven de Wob.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat alle gevraagde documenten verband houden met de toezichthoudende taak van de deken en dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, ondanks dat de algemene raad van de orde van advocaten wel documenten openbaar maakte. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet per document had gemotiveerd waarom deze onder het toezicht viel, dat zijn verdedigingsbelang werd geschaad en dat het gelijkheidsbeginsel wel werd geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nam kennis van de documenten en oordeelde dat deze direct verband houden met de toezichthoudende taak van de deken. De bijzondere openbaarmakingsregeling in de Advocatenwet is van uitputtende aard, zodat de Wob niet van toepassing is. Artikel 6 EVRM Pro is niet van toepassing op Wob-procedures. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de algemene raad geen toezichthoudende taak heeft. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van documenten door de deken van Den Haag bevestigd.