ECLI:NL:RVS:2018:2832
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking Wob-verzoek inzake ambtsbericht in strafzaak
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van onderliggende stukken van een ambtsbericht dat in zijn asielprocedure was gebruikt. De minister weigerde dit verzoek met toepassing van de weigeringsgronden uit artikel 10, tweede lid, onder d, e en g van de Wob, en verwees daarbij naar een eerdere belangenafweging uit 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister een nieuwe belangenafweging had moeten maken vanwege het tijdsverloop en het persoonlijke belang bij openbaarmaking voor een herzieningsprocedure van zijn strafrechtelijke veroordeling. Tevens voerde appellant aan dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing is op de Wob-procedure in dit geval.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister wel degelijk een nieuwe belangenafweging had gemaakt, die tot dezelfde conclusie leidde. Het persoonlijke belang van appellant wordt bij de Wob-afweging niet betrokken; het gaat om het algemene belang van goede bestuursvoering. Artikel 6 EVRM Pro is niet van toepassing op Wob-procedures. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking wordt bevestigd.