ECLI:NL:RVS:2022:3232
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake documenten toezicht advocatenorde
Appellant verzocht de deken van Amsterdam om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) diverse documenten openbaar te maken die betrekking hebben op zijn stage, correspondentie, besluitvorming en klachten. De deken weigerde dit verzoek met het argument dat het toezicht op advocaten en het tuchtrechtelijke systeem een bijzondere, uitputtende openbaarmakingsregeling kent zoals neergelegd in de Advocatenwet.
De rechtbank bevestigde deze weigering en oordeelde dat de gevraagde documenten onder deze bijzondere regeling vallen, waardoor de Wob niet van toepassing is. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet per document had gemotiveerd waarom deze onder het toezicht vielen, dat hij zelf toestemming gaf voor openbaarmaking en dat zijn verdedigingsbelang en het gelijkheidsbeginsel werden geschonden.
De Raad van State overwoog dat de bijzondere openbaarmakingsregeling in de Advocatenwet inderdaad van uitputtende aard is en dat de gevraagde documenten direct verband houden met de toezichthoudende taak van de deken. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro is niet van toepassing op Wob-procedures. Ook is het gelijkheidsbeginsel niet geschonden omdat de algemene raad een andere taak heeft dan de lokale orden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek door de deken van Amsterdam is bevestigd.