ECLI:NL:RVS:2022:336
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende identiteitsbewijs en medische zorgtoegankelijkheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 augustus 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek af, omdat zij haar identiteit en nationaliteit niet met originele documenten kon aantonen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 13 oktober 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 14 mei 2021.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het ontbreken van originele documenten niet automatisch betekent dat de staatssecretaris niet had hoeven onderzoeken of de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst daadwerkelijk ontoegankelijk is. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft waarom aanvullende documenten nodig zijn, vooral omdat hij in bezit was van een verlopen paspoort en een kopie daarvan.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van 13 oktober 2020 en het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg adequaat moet worden onderzocht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van het uitstel van vertrek wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.