ECLI:NL:RVS:2022:337
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep intrekking omgevingsvergunning windturbines
Stichting Wind van Voren en anderen verzochten het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard om de omgevingsvergunningen voor het oprichten en in werking hebben van windturbines in het Windpark Oude Maas in te trekken, omdat deze in strijd zouden zijn met de Europese SMB-richtlijn. Het college wees deze verzoeken af. Vervolgens vroegen zij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam om een voorlopige voorziening, die werd afgewezen.
De Stichting stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb geen hoger beroep mogelijk is tegen uitspraken van de voorzieningenrechter zoals bedoeld in artikel 8:84 Awb Pro. Hoewel een uitzondering mogelijk is bij schending van fundamentele rechtsbeginselen, stelde de Raad van State vast dat daarvan geen sprake was.
Daarom verklaarde de Raad van State zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens bepaalde de Raad dat het betaalde griffierecht aan Stichting Wind van Voren en anderen wordt terugbetaald. De uitspraak bevestigt de beperkte mogelijkheden tot hoger beroep tegen voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.