ECLI:NL:RVS:2022:3476
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag na intrekking besluit
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het besluit van 14 september 2022 in en liet weten dat de asielaanvraag van de vreemdeling alsnog in de nationale asielprocedure zou worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling handhaafde zijn verzoek om proceskostenvergoeding.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling, nu hij bereikt heeft wat hij met het hoger beroep beoogde. Tevens werd verwezen naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij de aanvraag alsnog in behandeling neemt als gevolg van tijdsverloop.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.