ECLI:NL:RVS:2022:351

Raad van State

Datum uitspraak
3 februari 2022
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
202104275/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico's terugkeer Iran

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 juni 2021 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De kern van het geschil betrof de beoordeling door de staatssecretaris van de risico's die afvalligen en atheïsten lopen bij terugkeer naar Iran. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:93) waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris beter onderzoek moet doen naar de vervolgingsrisico's en onmenselijke behandeling bij terugkeer.

De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris in deze zaak onvoldoende onderzoek heeft verricht en vernietigt het besluit van 20 april 2021 en de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand.

Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar vervolgingsrisico's.

Uitspraak

202104275/1/V2.
Datum uitspraak: 3 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 28 juni 2021 in zaak nr. NL21.6328 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 28 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De enige grief gaat over het onderzoek en de beoordeling van de staatssecretaris naar de risico's die afvalligen en atheïsten lopen bij terugkeer naar Iran. In de uitspraak van 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:93, heeft de Afdeling overwogen dat de staatssecretaris beter moet onderzoeken en beoordelen of een vreemdeling van wie hij de afvalligheid of het atheïsme geloofwaardig heeft geacht bij terugkeer naar Iran een risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling. Dat moet hij in deze zaak ook doen. De grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is gegrond en het besluit van 20 april 2021 wordt vernietigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 28 juni 2021 in zaak nr. NL21.6328;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.      vernietigt het besluit van 20 april 2021, V-[…];
V.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.277,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2022
897