ECLI:NL:RVS:2022:3558
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling Iran
De vreemdeling, afkomstig uit Iran en sinds 2015 in Nederland, vroeg om een verblijfsvergunning voor medische behandeling. De staatssecretaris wees dit af omdat de noodzakelijke behandeling ook in Iran beschikbaar is. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de zaak terugverwezen.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een nader medisch advies heeft verlangd over de effectiviteit van de behandeling in Iran, terwijl het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft bevestigd dat adequate zorg beschikbaar is. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen toegang tot de behandeling heeft of dat deze niet effectief zou zijn.
Voorts heeft de staatssecretaris de belangenafweging conform artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig gemotiveerd, waarbij het belang van de vreemdeling om in Nederland te blijven niet zwaarder weegt dan het beschikbare zorgaanbod in Iran. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.