ECLI:NL:RVS:2022:3595
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving bestemmingsplan Hof van Twente bevestigd in hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente legde op 20 december 2019 aan de eigenaar van twee percelen in Ambt Delden meerdere lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente". Deze lasten betroffen onder meer het dempen van een sloot zonder vergunning, het verwijderen van aarden wallen, terreinverharding en gegraven vijvers, alsmede het verwijderen van een reclameobject vanwege strijd met redelijke eisen van welstand.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Overijssel die het beroep grotendeels ongegrond verklaarde, stelde de eigenaar hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde onder meer aan dat het college niet bevoegd was tot handhaving, dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden, dat de dwangsommen onterecht waren verbeurd en dat de invordering daarvan was verjaard.
De Raad van State oordeelde dat het college het besluit op bezwaar terecht had bekrachtigd ondanks het mandaatgebrek, dat de handhaving gegrond was gelet op de overtredingen van het bestemmingsplan, en dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden omdat geen concrete vergelijkbare gevallen waren aangevoerd. Ook de verbeurde dwangsommen en de invordering daarvan waren rechtsgeldig, mede omdat het beroep de verjaring heeft gestuit.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad van State verbeterde de motivering omtrent de beoordeling van de gronden tegen het invorderingsbesluit. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; handhavingsbesluiten en invordering dwangsommen bevestigd.