ECLI:NL:RVS:2022:3640
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over dwangsom bij niet tijdig besluit asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 november 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank. De staatssecretaris trok het besluit vervolgens in, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een recente uitspraak en dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, waarbij de zaak als licht werd aangemerkt en een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.