ECLI:NL:RVS:2022:3729
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens brandveiligheidspunten pand Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 1 februari 2018 aan [appellant], eigenaar van een pand met kamersverhuur in Utrecht, een last onder dwangsom op wegens overtredingen van het Bouwbesluit 2012 op het gebied van brandveiligheid. De last betrof onder meer het ontbreken van rookmelders en niet-zelfsluitende deuren. [appellant] maakte bezwaar en stelde beroep in, waarna de rechtbank het beroep in 2020 ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had voldaan aan de vereisten van artikel 8:57 Awb Pro omtrent het recht op een mondelinge behandeling. De Afdeling vernietigde de uitspraak en behandelde het beroep zelf inhoudelijk.
De Afdeling stelde vast dat het college ten onrechte de strengere normen voor nieuwbouw (NEN 2555:2008) toepaste in plaats van de voor bestaande bouw geldende NEN 2555:2006. Ook concludeerde de Afdeling dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de deuren zelfsluitend moesten zijn, omdat de maximale vluchtroute voor bestaande bouw 45 meter bedraagt en niet 30 meter zoals het college aannam. De Afdeling vernietigde het besluit van 5 november 2019 en herroept het besluit van 1 februari 2018 voor zover het ging om de overtredingen van artikelen 6.21 en 6.26 van het Bouwbesluit 2012. De dwangsom werd vastgesteld op € 1.000,00. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de dwangsom vastgesteld op € 1.000,-.