ECLI:NL:RVS:2020:2384
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- R. Uylenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing doden vogels en vleermuizen windpark Den Tol wegens onvoldoende motivering monitoringsplicht en onjuiste geldigheidsduur
Windpark Den Tol Exploitatie B.V. kreeg ontheffing voor het doden van beschermde diersoorten bij de bouw van een windmolenpark nabij Netterden. De minister verleende meerdere besluiten, waarvan het besluit van 11 oktober 2018 werd vernietigd door de rechtbank. Na een nieuw besluit van 18 juni 2019 werd hoger beroep ingesteld door Windpark Den Tol, de minister, NABU en TegenWind.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk was vanwege het te laat indienen van inhoudelijke gronden. De rechtbank had terecht NABU en TegenWind ontvankelijk verklaard. De Afdeling bevestigde dat het 1%-mortaliteitscriterium voor het beoordelen van de effecten op de staat van instandhouding van vogels en vleermuizen juist werd toegepast en dat cumulatieve effecten op lokaal niveau voldoende in kaart waren gebracht.
Wel werd geoordeeld dat het besluit van 18 juni 2019 onzorgvuldig was omdat het geen monitoringsverplichting bevatte voor negen vogelsoorten en de geldigheidsduur van de ontheffing onterecht was verkort. De Afdeling stelde een monitoringsvoorschrift vast en verlengde de geldigheidsduur tot 10 december 2043. Het besluit werd vernietigd voor zover het deze punten betreft en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 18 juni 2019 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een monitoringsverplichting en een te korte geldigheidsduur; een monitoringsvoorschrift wordt vastgesteld en de geldigheidsduur verlengd.