ECLI:NL:RVS:2022:3868
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor overtreding ligplaatskajuitboot buiten recreatieseizoen
Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer legde aan appellant een last onder dwangsom op omdat diens kajuitboot in november 2018 langer dan 48 uur aaneengesloten was aangemeerd buiten een jachthaven, in strijd met artikel 5:26a van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) Aalsmeer 2017. Appellant gebruikte zijn perceel als recreatiekavel en meerde de kajuitboot af aan de oever, terwijl het bestemmingsplan slechts één ligplaats per recreatiekavel toestaat.
Appellant maakte bezwaar tegen het dwangsombesluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank werd afgewezen. Hij voerde onder meer aan dat het vertrouwensbeginsel hem beschermt vanwege een faxbericht uit 1998 waarin permanente ligplaats zonder ontheffing werd toegestaan, en dat de Apv-bepaling in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de Apv-bepaling niet uitsluitend op ruimtelijke ordening is gebaseerd, maar ook op veiligheid en leefbaarheid, en dat handhaving gerechtvaardigd is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de eerdere uitspraak van de Afdeling uit 2008 duidelijk maakte dat geen ontheffing was verleend en appellant hiervan op de hoogte had moeten zijn. Ook is handhaving niet onevenredig, ondanks de langdurige aanwezigheid van de kajuitboot en het ontbreken van verrommeling of illegale bewoning.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft de proceskosten van appellant niet te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt het dwangsombesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.