ECLI:NL:RVS:2021:203
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor verbouwing garage tot woning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk weigerde aan appellant een omgevingsvergunning te verlenen voor het ombouwen van een berging/garage tot een zelfstandige woning van 18 m², omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "Woongebied West" en het daarvoor vereiste vergunningen ontbreken. Tevens legde het college een last onder dwangsom op om de verbouwing ongedaan te maken.
Appellant voerde onder meer aan dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat het college onredelijk had gehandeld, onder meer op grond van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de besluiten van het college.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het bouwplan inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college terecht de vergunning heeft geweigerd en de last onder dwangsom heeft opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt.
Wel wordt het besluit tot invordering van de dwangsommen vernietigd, omdat appellant niet voorafgaand aan de invordering is gehoord, wat in strijd is met het hoor- en wederhoorbeginsel. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het hoger beroep wordt verder ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en vernietigt het invorderingsbesluit wegens schending van het hoor- en wederhoorbeginsel.