ECLI:NL:RVS:2022:3918
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale huisvesting arbeidsmigranten op vakantiepark
Deze zaak betreft het Vakantiepark Prinsenmeer in Ommel, gemeente Asten, waar Oostappen Vakantiepark Prinsenmeer B.V. een last onder dwangsom opgelegd kreeg om de bewoning door arbeidsmigranten te beëindigen. Het college van burgemeester en wethouders van Asten handhaafde dit besluit omdat de bewoning in strijd is met het bestemmingsplan "Ommel, recreatiepark Prinsenmeer 2017".
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond. Oostappen voerde onder meer aan dat handhaving onevenredig was vanwege het tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door toezeggingen van de gemeente. De Raad van State verwierp deze bezwaren, stellende dat het tekort geen rechtvaardiging biedt om van handhaving af te zien en dat geen onvoorwaardelijke toezegging tot vergunningverlening was gedaan.
Daarnaast betwistte Oostappen de invordering van € 500.000 aan dwangsommen, stellende dat de controlerapporten onvolledig waren en dat zij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de bewoning door derden. De Raad van State oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat Oostappen als exploitant verantwoordelijk is en dat het beroep ongegrond is.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het invorderingsbesluit ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het beroep tegen de invordering van dwangsommen ongegrond.