ECLI:NL:RVS:2022:4003
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake machtiging mvv-sticker vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 10 november 2022 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan de vreemdelingen, met de bepaling dat zij vanaf 11 mei 2023, of eerder bij geschikte huisvesting, een afspraak konden maken voor een mvv-sticker. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde dit onderdeel van het besluit, en beval de staatssecretaris om de ambassade in Astana te machtigen de mvv-sticker direct af te geven.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De vreemdelingen gaven een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter overwoog dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de machtiging tot voorlopig verblijf moet worden verleend, aangezien deze reeds was toegekend. De uitvoering van de uitspraak vergt geen onevenredige inspanning; het gaat slechts om het machtigen van de ambassade om de mvv-sticker eerder af te geven. Het belang van de vreemdelingen bij spoedige afgifte weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €759,00.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.