ECLI:NL:RVS:2022:487
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens waardevermindering woning door Tracébesluit A16 Rotterdam
Appellant is sinds 1984 eigenaar van een woning in Rotterdam en verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning door het Tracébesluit A16 Rotterdam van 2016, dat de aanleg van een nieuwe afrit nabij zijn perceel mogelijk maakte.
De minister kende aanvankelijk een schadevergoeding van €11.650 toe, gebaseerd op een taxatierapport waarin de woningwaarde daalde van €445.000 naar €420.000. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de vergoeding en stelde onder meer kritiek op de taxatiemethode en de toepassing van het normale maatschappelijke risico.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de drempel voor het normale maatschappelijke risico op 3% werd vastgesteld, terwijl jurisprudentie een minimum van 2% voorschrijft. De Afdeling vernietigde het besluit van 20 juli 2020, herroept het eerdere besluit en stelt de schadevergoeding vast op €16.100 plus wettelijke rente vanaf de datum van het verzoek. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De schadevergoeding wordt vastgesteld op €16.100 plus wettelijke rente en het beroep wordt gegrond verklaard.