ECLI:NL:RVS:2022:556
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning uitbreiding melkgeitenhouderij wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen weigerde op 4 juni 2019 een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een melkgeitenhouderij van 1000 naar 2100 geiten binnen bestaande gebouwen. Deze weigering was gebaseerd op het voorzorgsbeginsel vanwege onduidelijkheid over mogelijke gezondheidsrisico's voor de omgeving, mede verwijzend naar de provinciale geitenstop en het RIVM-rapport VGO.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, stellende dat het college redelijk had gehandeld en dat het VGO-rapport een sterke associatie tussen geitenhouderijen en longontsteking aantoonde, ook zonder oorzakelijk verband. Appellante stelde echter dat het college niet op het VGO en de provinciale geitenstop mocht steunen, omdat de aanvraag was ingediend vóór de inwerkingtreding van de geitenstop en het VGO geen wetenschappelijk verantwoorde oorzakelijke verbanden bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd moest worden in het belang van milieubescherming. Het voorzorgsbeginsel biedt niet de ruimte om uitsluitend uit voorzorg te weigeren zonder voldoende wetenschappelijk onderbouwde risico's. De provinciale geitenstop en het VGO-rapport zijn gericht op ruimtelijke ordening en bieden geen algemeen wetenschappelijk aanvaarde inzichten over gezondheidsrisico's. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.