ECLI:NL:RVS:2022:566
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende medisch onderzoek bij niet tijdig inburgeren
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €1.250 op wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht, zoals bepaald in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. Appellant had het inburgeringsdiploma niet voor de eerste termijn van 19 november 2017 behaald, waarna de minister een boete oplegde. De minister baseerde zich op medische adviezen van Argonaut, die oordeelden dat er geen medische reden was om uitstel te verlenen.
Appellant stelde dat de medische adviezen onzorgvuldig tot stand waren gekomen en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar medische situatie, waaronder de gevolgen van chemotherapie zoals vermoeidheid en concentratieproblemen. De Afdeling oordeelde dat Argonaut onvoldoende rekening had gehouden met de ernst en duur van de klachten binnen de inburgeringstermijn en dat de minister niet had voldaan aan zijn vergewisplicht zoals vereist in de Awb.
De Afdeling vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank, oordeelde dat de minister de boete niet had mogen opleggen en dat toepassing van de bestuurlijke lus niet mogelijk was vanwege de lange duur van de procedure. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en de minister moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het boetebesluit wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht wordt vernietigd vanwege onvoldoende medisch onderzoek en niet-naleving van de vergewisplicht.