Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[persoon A] en [persoon B], uit [plaats 1], familie [achternaam 1]
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem, het college
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [naam bedrijf], uit [plaats 2], [naam bedrijf]
[naam bedrijf], uit [plaats 2], [naam bedrijf]
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem, het college
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem, het college
[naam bedrijf]uit [plaats 2], vergunninghouder
Inleiding
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Leeswijzer
7. Geldigheid omgevingsvergunning
Tijdelijkheid van vijf jaar
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.’
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.’
Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een verandering van het gebruik wordt pas verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen' (…) Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.’
Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.’
De afstand tussen een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, is ten hoogste 40 m.’
Brandveiligheid
Conclusie
Conclusie en gevolgen in de zaak van familie [achternaam 1] (ARN 25/2323)
Conclusie en gevolgen in de zaak van eiseres [persoon C] (ARN 25/2355)
Conclusie en gevolgen in de zaak van [naam bedrijf] (ARN 25/2343)
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan de familie [achternaam 1] moet vergoeden.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- bepaalt, met uitzondering van vergunningvoorschrift 15, dat de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand blijven;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan [naam bedrijf] moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.865,- aan proceskosten aan [naam bedrijf].