ECLI:NL:RVS:2022:608

Raad van State

Datum uitspraak
28 februari 2022
Publicatiedatum
28 februari 2022
Zaaknummer
202200956/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 januari 2022 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 februari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond is en bepaalt dat de vreemdeling niet wordt overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt, ter hoogte van €759,00, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Deze uitspraak is gedaan op 28 februari 2022 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier mr. M.T. Annen. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen overdracht totdat het hoger beroep is afgerond.

Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202200956/2/V3.
Datum uitspraak: 28 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 7 februari 2022 in zaak nr. NL22.77 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij mondelinge uitspraak van 7 februari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2022
191-918