ECLI:NL:RVS:2022:661
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 januari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 februari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 3 maart 2022 door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier E.L. Iedema. Deze voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.