ECLI:NL:RVS:2022:730
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit, inreisverbod en bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 november 2021 een terugkeerbesluit genomen, een inreisverbod opgelegd en de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling hiertegen ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet op de beroepsgronden was ingegaan en vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens beoordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak de beroepen zelf. De vreemdeling voerde aan dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig waren, onder meer vanwege het ontbreken van een vertrektermijn en onvoldoende motivering van de duur van het inreisverbod.
De Raad van State verwierp deze gronden. Het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken, was niet weggenomen, en de staatssecretaris had terecht geen vertrektermijn geboden. Ook was het opleggen van een inreisverbod van twee jaar geoorloofd gezien de omstandigheden en het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden. Het beroep tegen de bewaring faalde eveneens. De beroepen werden ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdeling worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.