ECLI:NL:RVS:2022:768
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkeersbesluit verplaatsing bushaltes Delftweg Rotterdam ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot op 12 december 2018 twee bushaltes aan de Delftweg te verplaatsen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Appellant, wonend nabij de bushaltes, maakte bezwaar tegen dit besluit vanwege vermeende verslechtering van de verkeersveiligheid en hinder op zijn perceel. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank, die het besluit eveneens bevestigde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de bushaltes zonder de benodigde vergunningen waren verplaatst en dat hij onvoldoende inspraak had gehad. Tevens voerde hij aan dat het nieuwe busperron het monumentale aanzicht verstoort en dat de verkeersveiligheid door de nieuwe locatie verslechtert. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht een verkeersbesluit heeft genomen en dat het eerdere feitelijke verplaatsen geen afbreuk doet aan de rechtmatigheid. De Afdeling volgde de rechtbank in de belangenafweging en concludeerde dat het besluit niet onredelijk is en de verkeersveiligheid niet verslechtert.
Hoewel appellant hinder ondervindt van de nieuwe locatie, zoals meer oversteekbewegingen en zicht op zijn perceel, weegt de Afdeling dit af tegen de verkeersveiligheid en het beschermen van weggebruikers. De Afdeling achtte het college bevoegd en redelijk in zijn besluitvorming en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verkeersbesluit tot verplaatsing van de bushaltes wordt bevestigd.