ECLI:NL:RVS:2022:785
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 maart 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 mei 2021 het besluit vernietigde wegens een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen is en het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De staatssecretaris zal de asielmotieven van de vreemdeling, waaronder de risico's bij terugkeer naar Iran en haar bekering tot het christendom, nader moeten beoordelen in het nieuwe besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.