ECLI:NL:RVS:2022:878
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens gevaar voor openbare orde ondanks bijzondere omstandigheden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af op grond van ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Deze vermoedens zijn gebaseerd op eerdere veroordelingen wegens belaging, waarvan het arrest nog niet onherroepelijk was vanwege een lopend cassatieberoep.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals het tijdsverloop tussen het gepleegde feit en de veroordeling, en zijn stabiele leven sindsdien, een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De rechtbank en de Afdeling oordeelden echter dat deze omstandigheden niet voldoende zijn om af te wijken van het beleid zoals neergelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003.
Daarnaast stelde appellant dat de behandeling aangehouden had moeten worden vanwege het cassatieberoep en dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar. De Afdeling verwierp deze bezwaren, stellende dat het niet bekend was wanneer het cassatieberoep zou worden behandeld en dat het horen geen nieuwe inzichten zou opleveren.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris het verzoek terecht heeft afgewezen en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Appellant kan na het verstrijken van de rehabilitatietermijn opnieuw een verzoek indienen.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van het Nederlanderschap wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde.